Meetlint

ROM JJI; Routine Outcome Monitoring in de justitiële jeugdinrichting

In opdracht van het Ministerie van Veiligheid & Justitie heeft de AWFZJ een methodiek voor Routine Outcome Monitoring (ROM) voor de JJI’s ontwikkeld. Vanaf de start zijn alle gebruikers (jongeren, gedragsdeskundigen en het management van de JJI’s) betrokken geweest bij de ontwikkeling.

Het ROM project heeft het volgende opgeleverd:

  • Een methodiek om gestructureerd en systematisch na te gaan hoe het de jongeren in JJI’s vergaat. De meetinstrumenten zijn afgestemd op de problematiek van de doelgroep en geven inzicht in eventuele veranderingen in het functioneren. Met de meetmomenten wordt aangesloten bij het primaire proces in de JJI.
  • Een gebruiksvriendelijke ICT applicatie (ProMISe) geschikt voor zowel het afnemen van de instrumenten en het generen van rapporten als de opslag van de gegevens.
  • Een implementatiehandleiding met praktische handvatten over o.a. de workflow, de privacy, de personele inzet en de benutting van de ROM gegevens.
  • Het beheer van de gegevens is ondergebracht bij een door de JJI’s aangestelde datamanager. Deze datamanager ook de helpdesk voor de medewerkers in de JJI’s als het gaat om werken met ProMISe.
  • Alle relevante JJI medewerkers zijn getraind in het gebruik van ProMISe en het scoren van de instrumenten.
  • Per gebruikersgroep zijn handleidingen voor het gebruik van ProMISe ontwikkeld.
  • Een voorlichtingsfilmpje voor de jongeren over het gebruik van de data.
  • Een document waarin de AWFZJ adviseert over een duurzame implementatie en het beheer van ROM- JJI.

De ROM methodiek wordt sinds november 2015 in alle JJI’s toegepast.

 

Aanvullend project: toolkit klinische bruikbaarheid

Voor een succesvolle toepassing van ROM moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden. Er moet bijvoorbeeld voor gezorgd worden dat de randvoorwaarden (tijd, geld, materiaal, ondersteuning en expertise) in orde zijn. Daarnaast is het van belang dat de gebruikte instrumenten van goede kwaliteit zijn. Echter, het succes van ROM is in de eerste plaats afhankelijk van in hoeverre de behandelaar en cliënt bereid zijn om de vragenlijsten in te vullen en dit hangt sterk af van of ze de resultaten van de metingen kunnen gebruiken in de behandeling.

In de praktijk blijkt de toepassing van ROM vaak moeizaam te verlopen en veel vragen op te roepen. Hoe bespreek je als behandelaar de ROM resultaten met je cliënt en het systeem? Hoe verhouden de ROM resultaten zich met de andere informatie die je hebt? Hoe rapporteer je over de resultaten? Wat kan een cliënt ermee?

Om behandelaars en cliënten bij deze en andere vragen rond de klinische bruikbaarheid van ROM te ondersteunen, hebben de Academische Werkplaatsen Forensische Zorg voor Jeugd, C4Youth en Inside Out een toolkit samengesteld. Deze toolkit bevat praktische producten die grotendeels in de praktijk zijn ontwikkeld, geïmplementeerd en geëvalueerd. Deze producten beslaan alle onderdelen van het ROM proces, van voorlichting en training van de professional tot de evaluatie van de methodiek. De ROM toolkit is ondergebracht bij het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

 

 

 

juras

Juridisch-ethische aspecten van informatieuitwisseling in de JJI; een handreiking

In Justitiële Jeugdinrichtingen gelden verschillende wetten en regels met betrekking tot privacy en het uitwisselen van informatie over jeugdigen, zowel met betrekking tot het uitwisselen van gegevens in het kader van behandeling en rapportage, als in het kader van (wetenschappelijk) onderzoek. De wet- en regelgeving is niet altijd even duidelijk, waardoor ruimte voor discussie ontstaat. Bij professionals leven veel vragen over wat wel en niet mag, aan welke voorwaarden moet zijn voldaan en welke juridische en ethische vragen beantwoord moeten zijn om op een goede manier informatie uit te kunnen wisselen.

In het project is een handreiking ontwikkeld, die is bedoeld voor professionals in de JJI die te maken krijgen met informatie-uitwisseling. Het doel van deze handreiking is de medewerkers te laten nadenken over de verschillende facetten die een rol spelen bij gegevensdeling en hen te ondersteunen bij de toepassing van de wettelijke kaders (welke vragen moeten zijn gesteld en beantwoord). Met deze handreiking zijn professionals in staat een weloverwogen keuze te maken met betrekking tot informatie-uitwisseling over jeugdigen met derden. Hierbij is rekening gehouden met diverse wet- en regelgeving, waaronder het recht op privacy van jeugdigen. Leidende principes in de handreiking zijn zowel proportionaliteit, subsidiariteit als ook goed hulpverlenerschap.

Professionals kunnen de handreiking gebruiken om een concrete casus te beoordelen en om te beslissen of en op welke manier informatie zal worden uitgewisseld. Multidisciplinair overleg speelt hierin een belangrijke rol: in deze overleggen kunnen – met hulp van de handreiking – concrete casussen worden besproken.

De richtlijnen zijn in 2016 voorgelegd aan onder andere het ministerie van Veiligheid en Justitie en is ter beschikking gesteld aan de JJI’s in september 2016.

Toepassing en toekomst

Het project maakt onderdeel uit van een training on-the-job en een ondersteunende ‘wijzer’ (één A4, simpel, beeldend, kort en handzaam) bedoeld voor behandelaars in de jeugdzorg, de jeugd-ggz, JJI’s, en de zorg aan mensen met een lichte verstandelijke beperking. Zowel de training als de wijzer besteedt aandacht aan de juridische en ethische aspecten van het delen van informatie. Omdat in het nieuwe jeugdstelsel professionals van verschillende instellingen veel meer samenwerken, speelt het vraagstuk van informatie-uitwisseling in hoge mate. De training en de wijzer worden samen met de academische werkplaats kindermishandeling ontwikkeld. Ook de AW Twente en AW Samen voor de Jeugd werken hieraan mee. In dit project is een handreiking ontwikkeld voor gedragswetenschappers werkzaam in JJI’s. De handreiking ondersteunt behandelaars bij het beantwoorden van vragen over het al dan niet delen van informatie over jongeren. Begrippen die hierbij bijvoorbeeld aan de orde komen zijn: proportionaliteit, subsidiariteit en doelbinding. De handreiking maakt de gedragswetenschapper zich bewust van de vragen die je jezelf moet stellen als informatie delen aan de orde komt.

 

Aanvullend project: WIJZER delen van informatie

Naast de Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd, hebben ook andere Academische Werkplaatsen zich gebogen over het onderwerp ‘delen van informatie’. Samen met de Academische Werkplaats Kindermishandeling ontwikkelt de AWRJ een WIJZER, een handzaam overzichtelijk document dat de belangrijkste ethische vragen en juridische begrippen samenvat. Gecombineerd met een bijbehorende training biedt de WIJZER een hulpmiddel om de verschillende (uitgebreidere) producten die de werkplaatsen hebben ontwikkeld te gebruiken.

hbo2

Onderwijs en opleiding

Eén van de doelstellingen van de AWRJ is een koppeling te maken tussen onderzoek, onderwijs en opleiding. Wij zoeken voortdurend naar mogelijkheden onderzoeksresultaten te integreren in opleidingen van toekomstige professionals in het werkveld (HBO/WO). In dit kader verzorgen onze onderzoekers en de leden van de diverse projectgroepen met enige regelmaat colleges op universiteiten en hogescholen. Daarnaast begeleiden wij structureel en doorlopend HBO en WO studenten bij de uitvoering van onderzoek en het schrijven van scripties.

Verder ontwikkelen we tijdens de uitvoering van onze projecten trainingen en opleidingen om de deskundigheid van de professionals uit het werkveld te bevorderen. Voor meer informatie over deze trainingen en opleidingen zie de beschrijving van onze projecten.

Child_and_Doll

Zit stil!

door Anne Krabbendam, kinder- en jeugdpsychiater/onderzoeker en programmaleider Zorgprogramma Persoonlijkheidsproblematiek

Een hele middag stil zitten. En luisteren en schrijven. Misschien zat mijn lichaam stil, maar mijn hersenen draaiden overuren. Ik volgde een workshopmiddag van ForCA en AWFZJ om ‘helder en pakkend schrijven’ te leren. En dat had ik precies nodig. Ik ben namelijk aan het eind van mijn promotietraject en moet een ‘populair wetenschappelijke samenvatting’ schrijven. Een blog zou ook goed zijn, gaf mijn promotor aan.

“Zit nou stil,” gilt Anne met overslaande stem tegen haar dochter Helena. De kleine peuter kijkt verschrikt op. Anne is al weggelopen en ziet niet hoe Helena’s ogen zich vullen met tranen. Gestrest kijkt Anne om zich heen of de kamer wel schoon genoeg is. Snel opent ze de ramen in de kleine woonkamer om de wietlucht er uit te krijgen. Als ze achteruit stapt, stoot ze haar dochtertje om en barst Helena in huilen uit. “Verdomme, ik zei toch dat je moest blijven zitten!” Paniek overspoelt Anne als ze naar de klok kijkt: nog vijf minuten voordat Bureau Jeugdzorg komt.
Op de middelbare school had ik al een hekel aan schrijven, omdat ik het niet kon. Uren zat ik naar een leeg blad te staren en de drie zinnen die ik er dan uit kreeg, belandden na een kritische lezing rechtstreeks in de prullenbak. Hulpbronnen gewenst dus. Toen las ik dat ForCA en AWFZJ deze onderzoekermeeting gaven. Precies op het juiste moment. Niet dat ik veel fiducie had in leren schrijven in één middag. Mijn ervaring in het promotietraject van wetenschappelijk schrijven was dat goed leren schrijven járen kost. Maar goed, beter iets dan niets.

Astrid van den Berg gaf de cursus en begon direct met een schrijfopdracht: in 10 minuten een samenvatting van je onderzoek schrijven. Geen tijd om na te denken dus, maar direct de woorden op papier. Toen de tweede opdracht erachter aan: beschrijf het meegebrachte voorwerp dat hoort bij je onderzoek en sluit de samenvatting erop aan. Weer geen tijd om te gaan zitten staren, maar direct aan de slag. Woorden op papier. Wie schetst mijn verbazing toen Astrid van den Berg het goed vond wat ik neergepend had!

Zit nou stil, of wíl je soms dat Bureau Jeugdzorg je meeneemt?” Anne denkt aan hoe haar eigen moeder nooit voor haar gevochten heeft. Dit gaat zij anders doen. Ze zal laten zien dat Helena er netjes uitziet en dat ze dus echt wel voor haar kind kan zorgen. Als Helena er nu maar perfect uitziet als José straks aanbelt. En als José maar niet met haar moeder gesproken heeft.

Daarna kregen we de theoretische onderbouwing. Het begint met voorbereiding: voor wie schrijf je? Wat is hun kennisniveau, hun interesse en oordeel? En hoe bouw je een stuk helder en begrijpelijk op? Ook de kneepjes van het verhalend schrijven werden in hoog tempo doorgenomen. En daarna moesten we weer schrijven. Dit keer in groepjes.
Per groepje werd één onderzoeksthema uitgekozen. Mijn onderzoek leende zich goed voor een verhaal. Jonge vrouwen die als tiener in een jeugdgevangenis hebben gezeten, spreken al snel tot de verbeelding. Voorgeschiedenissen van verwaarlozing en mishandeling leiden niet alleen tot probleemgedrag, maar ook tot depressies, posttraumatische stress, laag zelfbeeld en gevoelens van eenzaamheid. En als je amper voor jezelf kunt zorgen, hoe moet je dan een kind opvoeden?

Woede overspoelt haar als ze er aan denkt dat haar moeder nooit voor haar gezorgd heeft en dat diezelfde moeder nu commentaar heeft op hoe Anne voor haar dochter zorgt. Als ze maar niet laat zien hoe moeilijk ze het vindt, dat Helena vaak niet doet wat ze wilt, dat ze gek wordt van het gejengel.

Van alle verhalen werd één winnaar gekozen. En tja, misschien voel je het wel aankomen: het werd ons verhaal. Maar wel tot mijn verbazing: kan ik dan misschien toch een beetje schrijven? Wat ik in deze dag heb geleerd is veel, van theoretische achtergronden tot praktische aanwijzingen. Dat bleek overigens prima in één middag te kunnen. Maar wat ik vooral heb geleerd, is dat ik het gewoon moet doen. Dus: zit stil en schrijf!

Ja, alles is schoon, Helena zit in haar roze jurkje op haar stoel. Laat José nu maar komen. Nu, direct, nu het nog goed is

jeugd021

Congres ‘Het gezin centraal’ groot succes!

Met veel plezier kijken we terug op het congres ‘Het gezin centraal’, dat donderdag 1 oktober plaats vond in The colour kitchen in Utrecht. Vier inspirerende sprekers hebben vanuit verschillende invalshoeken het belang van gezinsgericht werken in (gesloten) instellingen belicht. Tijdens de workshops werden de deelnemers uitgedaagd het werken met gezinnen als een vanzelfsprekend onderdeel van hun dagelijkse beroepspraktijk te omarmen.

Klik op ‘lees meer’ voor de presentaties en een foto-impessie van het congres.

 

Congres ‘Het gezin centraal, gezinsgericht werken vanuit de (gesloten) instelling; een impressie 

Iedereen die heeft deelgenomen aan deze dag kon er niet omheen: het betrekken van het gezin bij de behandeling van jongeren in (gesloten) inrichtingen hoort er gewoon bij. Dit is na vier jaar onderzoek, uitproberen, evalueren en bijstellen misschien wel de belangrijkste uitkomst van het project gezinsgericht werken van de AWFZJ.

De modules GGW, vandaag feestelijk gepresenteerd, geven handen en voeten aan het gezinsgericht werken in de praktijk. De AWFZJ is dan ook bijzonder trots op dit resultaat. We willen alle  medewerkers, directie, ouders en jongeren van FC Teylingereind en JJI Lelystad van harte bedanken. Zonder hun bijdrage en medewerking hadden we dit niet kunnen realiseren.