Academische werkplaatsen Jeugd presenteren resultaten

Het digitale magazine ‘Met elkaar verbonden – De succesformule van de academische werkplaatsen jeugd’ presenteert de opbrengsten van het ZonMw-programma Academische Werkplaatsen Jeugd. Projectleiders en stakeholders vertellen over hun ervaringen. Onder hen ook Eva Mulder (programmaleider) en Marieke Claes (hoofd behandeling) van JJI Lelystad.

31 onderzoeksprojecten afgerond, 15 methodieken ontwikkeld

Het digitale magazine ‘Met elkaar verbonden – De succesformule van de academische werkplaatsen jeugd’ presenteert de opbrengsten van het ZonMw-programma Academische Werkplaatsen Jeugd. Projectleiders en stakeholders vertellen over hun ervaringen. Onder hen ook Eva Mulder (programmaleider) en Marieke Claes (hoofd behandeling) van JJI Lelystad. Zij zijn namens Intermetzo verbonden aan de werkplaats Risicojeugd (Forensische zorg voor jeugd).

Download de factsheet ‘Gezinsgericht Werken’

Academische werkplaatsen

Academische werkplaatsen zijn samenwerkingsverbanden tussen onderzoekers, jeugdhulporganisaties, gemeenten en opleidingen. In de werkplaatsen zijn de afgelopen jaren veel kennis, methodieken en instrumenten ontwikkeld, die aansluiten bij vragen uit de jeugdhulp zelf.
ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis, om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. Het ministerie van VWS en NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) zijn de hoofdopdrachtgevers van ZonMw.

Het digitale magazine belicht de resultaten van de volgende academische werkplaatsen:
• Academische werkplaats Jeugd C4Youth
• Academische Werkplaats Jeugd Inside-Out
• Academische Werkplaats Kindermishandeling
• Academische Werkplaats Jeugd in Twente
• Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd (Risicojeugd)
• Academische Werkplaats Samen voor de Jeugd

De zes werkplaatsen rondden 31 onderzoeksprojecten af en ontwikkelden vijftien methodieken op de thema’s: Kindermishandeling, Cliëntgericht werken, Sturen op kwaliteit, Forensische zorg, Jeugdgezondheidszorg, Angst en depressie, Beter samenwerken.

Moodboard CityDeal

AWRJ partner in een City Deal project

Met Agenda Stad hebben steden, rijksoverheid samen met maatschappelijke partners zich gecommitteerd om groei, leefbaarheid en innovatie in het Nederlandse en Europese stedennetwerk te bevorderen. Dit wordt gedaan door het sluiten van City Deals rond concrete, stedelijke transitieopgaven. Partners uit de steden, publiek en privaat, samen met de rijksoverheid aan nieuwe oplossingen, waarbij bestaande praktijken en financieringsmodellen ter discussie staan. Samenwerking tussen stedelijke regio’s is daarbij cruciaal.

Met de City Deal ‘Zorg voor Veiligheid in de Stad’ willen zeven steden en vier ministeries een bijdrage leveren aan het voorkomen van criminaliteit en overlast door het sociale domein beter verbinden met het veiligheidsdomein. Dit moet leiden tot het voorkomen van criminaliteit door het vroegtijdig signaleren en integraal aanpakken van problemen.

De bij deze City Deal betrokken partijen zijn de steden Almere, Breda, Leeuwarden, Maastricht, Nijmegen, Tilburg en Zoetermeer en de ministeries van Veiligheid en Justitie, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Binnen de AWRJ wordt het project ‘Gezinsaanpak preventie jeugdcriminaliteit’ in Almere uitgevoerd, dat onderdeel uit maakt van de City Deal ‘Zorg voor Veiligheid in de Stad’. Het doel van dit project is de ontwikkeling en toetsing van een integrale wijkaanpak die optimaal bijdraagt aan de signalering van risicojeugd/risicogezinnen en de versterking van hun maatschappelijke participatie. Omdat we weten dat deze gezinnen (bijvoorbeeld door eerdere ervaringen) vaak negatief staan tegenover de hulpverlening is de bejegening van de jongeren en hun gezinnen een belangrijk speerpunt binnen het project.

 

Verrekijker2

Monitoring Risicojeugd

De AWRJ ontwikkelt monitoring voor Risicojeugd, die het mogelijk maakt om de doelgroep in kaart te brengen en te volgen door de keten. Deze monitoring wordt op dit moment uitgevoerd in het kader van de proeftuinen Kleinschalige Voorzieningen, Screening & Diagnostiek in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Na afronding van dit project zal een eindrapport worden opgeleverd waarin de lessen uit deze proeftuinen aan de hand van de monitoring worden beschreven. Daarnaast wordt de monitoring Risicojeugd opgeleverd die door wetenschap en praktijk is ontwikkeld en geïmplementeerd.

 

Cultuursensitief

Live Online Leren; cultuursensitief werken

Kinderen uit migrantengezinnen ontvangen vaak niet op tijd én niet de juiste hulp. Om dit aan te pakken is in het kader van het EIF project de LOL-training (Live Online Leren) ontwikkeld om professionals beter te leren omgaan met culturele verschillen. De training is voor professionals die werken in de wijk, in wijkteams en het onderwijs. Doel van de training is om zorgprofessionals beter om te leren gaan met verschillen in cultuur en achtergrond van jongeren om zo te werken aan een betere zorgverlening voor deze doelgroep.

De AWRJ heeft een module De AWRJ droeg bij aan deze training door twee modules te ontwikkelen over Risicojeugd en multiproblem gezinnen, deze zijn opgenomen in het aanbod. Ook zal zij bijdragen aan het bovenregionaal implementeren van het totale trainingsaanbod.

Klik hier voor meer informatie over de training.

Anna H. O. Saho; Early victims of maltreatment and their coping strategies during a seven-week clinical observation in a forensic youth center

The present study analyzes the association between early victims of child-maltreatment and their coping strategies during a seven-week clinical observation in a forensic youth center. Analysis of the obtained data, by using the FPJ-list, is based on 179 male participants, between the ages of 12 and 25 years old, who have been observed in forensic youth center Teylingereind. Coping is subcategorized in positive, avoidance and negative coping. Child-maltreatment is categorized in physical abuse, sexual abuse and witnessing intimate partner violence. Results show that there are no significant differences in the use of positive, negative and avoidance coping between maltreated and non-maltreated participants. There are, however, significant differences between the different maltreatment groups. Victims of physical abuse use more positive- than avoidance- or negative coping and more negative- than avoidance coping. Victims of sexual abuse and witnessing intimate partner violence use more positive- than avoidance- or negative coping. Most results are contrary to expectations and in contrast to the used previous literature.

Nadine Boer; Aggression in institutionalized, male juvenile offenders from various ethnic origins. The Reactive Proactive Questionnaire (RPQ) as a tool for classifying aggression in a forensic setting

Reactive and proactive aggression are two forms of aggression that have often been described in previous articles. Both forms share an amount of correlates and additionally show some distinct associations with other variables linked to mental disorders or misbehavior. Aggression as well as mental disorders are very common within juvenile justice institutes. The aim of the current study was to provide cut-offs for aggression that help to identify highly aggressive youths who greatly differ in clinically relevant features (e.g., mental health problems) from youths with lower levels of reactive and/or proactive aggression. To achieve this, current study used data of the Reactive Proactive Questionnaire (RPQ) with addition of MAYSI-2 and SDQ data of N = 1591 detained male juveniles from various ethnic origins. To ensure that cut-offs can be used across all ethnicities, cut-offs were identified within 4 ethnic groups, being Dutch, Moroccan, Antillean-Surinamese and mixed ethnicities. Cut-offs for the RPQ identify juveniles with high aggression levels and also higher scores on variables screening for mental disorder, compared to juveniles with normal aggression levels. Therefore, current study facilitates RPQ score interpretation and helps optimize screening, diagnostics and treatment of institutionalized juvenile offenders.

Jolien Verhage; The relation between IQ, psychopathic traits and substance use among male adolescent delinquents.

This thesis studies the relationship between three risk factors for criminality: substance use, low IQ and psychopathic traits in male adolescent delinquents of two Dutch juvenile justice centres. New insights in these relationships can bring information to improve treatments and reduce recidivism. There were 1230 participants between 12-25 years old, who were assessed with modules of the Diagnostic Interview Schedule for Children Version IV (DISC-IV; substance use), Wechsler Intelligence Scale for Children-III (WISC-III; IQ)/Wechsler Adult Intelligence Scale-III (WAIS-III; IQ) and Youth Psychopathic traits Inventory (YPI; psychopathic traits). The results of the current study found no difference between the group with and without substance use on full scale (p = .332), verbal (p = .442)  and performance IQ (p = .320), but did find a difference between the group with and without substance use on psychopathic traits (p < .001). Male adolescent delinquents who scored positive on substance use showed more psychopathic traits than male adolescent delinquents who scored negative on substance use. There was no significant correlation between IQ and psychopathic traits in the group who scored positive on substance use (r = 0.068, p = .727). There was an unexpected weak positive correlation between IQ and psychopathic traits in the group who scored negative on substance use (r = 0.271, p = .007) in which higher IQ was correlated to more psychopathic traits. There was no difference found in strength of correlation of IQ and psychopathic traits between the group with substance use and in the group without substance use (p = .342). It can be concluded that the relationship between the risk factors IQ, psychopathic traits and substance use in male adolescent delinquents in a juvenile detention centre is not entirely clear. Further research is needed to study the relationship between the risk factors for criminality: substance use, IQ and psychopathic traits.

Rosa Norp; Ouders over gezinsgericht werken in JJI’s. Een analyse van de verschillende behoeften van ouders aan betrokkenheid tussen verblijf- en leeftijdsgroepen

The aim of this study was twofold. First, to examine parenting stress and satisfaction with the juvenile justice institution (JJI) experienced by participating parents (N = 51) in family-centered care (GGW). Second, to learn about their experiences, views and expectations of GGW, 19 parents were interviewed. Differences between the type of living (YOUTURN and GGW) and between the age groups (16- and 16+) were part of this research. The present study was focused on parents of incarcerated male adolescents aged between 12 and 21 years. Non-parametric tests were used to examine the population of the GGW-parents. Contrary to our expectations, the results of this study showed that these parents report a low level of parenting stress. However, it appeared that these parents experience more parenting stress than the population of parents without child welfare involvement. On the other hand, the parents in our study reported less parenting stress than the clinical group.
Furthermore, the parents in our study were generally satisfied with the treatment in the JJI. The semi-structured interviews were the basis of the qualitative analysis. The analysis of these interviews showed that the involvement of parents is more embedded in the GGW-groups in comparison to the YOUTURN-groups. The desired involvement of parents includes an introductory meeting, frequently contact (by telephone), group activities, and participating in discussions about the care process. Reasons for dissatisfaction with the JJI are limited information, lack of initiative, and feedback on the progress of their son. Insight in these factors may help to further improve the program of family-centered care and its implementation in practice, which in turn can lead to more involvement of parents during their child’s detention.

Jacolien H. van der Maas; The Influence of IQ on the Relationship between Stressful Life. Events and Severity of Delinquency among Dutch Incarcerated Male Adolescents

Research has consistently shown that juvenile delinquent behavior is related to risk factors such as a lower IQ and the experience of stressful life events. The aim of this study was to investigate the role IQ plays in the relationship between stressful life events and the severity of delinquency among Dutch incarcerated male adolescents.

In this study, 163 incarcerated male adolescents, aged 12-18 years old, were screened for stressful life events using JTV (Childhood Trauma Questionnaire) and were tested with the Wechsler Intelligence Test (WISC-III or WAIS-III). Criminal offences of these juvenile were categorised into twelve categories from least to most severe offences (Brand et al., 2005).

Our main findings were significant relationships between Verbal IQ (VIQ) and severity of delinquency, as well as Performance IQ (PIQ) and severity of delinquency. Another interesting finding was the prevalence of almost equal groups of disharmonic profiles of VIQ < PIQ and VIQ > PIQ. These results are noteworthy, because a number of previous studies have found a regular pattern of a higher prevalence of VIQ < PIQ profiles and a smaller number of VIQ > PIQ profiles. Unexpectedly, no moderation effect of Verbal IQ on the relationship between stressful life events and severity of delinquency was found. These results nevertheless suggest that it is important to stimulate the cognitive development of at risk juveniles, in order to reduce the likelihood of delinquency and recidivism.