Daisy Ooms; Het opsporen van psychopathologie bij jongeren in een Justitiële Jeugdinrichting. De aanwezigheid van internaliserende problematiek

Introductie: Tijdens deze wetenschapsstage is onderzoek gedaan naar het opsporen van en screenen op psychopathologie bij jongeren in een Justitiële Jeugdinrichting. Hierbij is in het bijzonder aandacht besteed aan de aanwezigheid van internaliserende problematiek.  De opbouw van dit onderzoek was drieledig: 1. Aanvullende diagnostiek voor depressieve symptomen bij de screening. 2. De bijdrage van informatie uit de dossiers voor het opsporen van psychopathologie. 3. Problematiek onder jongeren die zijn doorverwezen voor psychiatrische hulp.

Materiaal en Methode: de onderzoeksgroep bestond uit jongeren die tussen april en oktober 2008 verbleven in “Forensisch Centrum Teylingereind”, een particuliere, gesloten justitiële jeugdinrichting.  1. Screening op psychopathologie vond plaats bij 82 jongens met behulp van de MAYSI-2 en de SDQ, aanvullende diagnostiek met de BDI-II.  2. Van 15 jongens zijn alle beschikbare dossiers doorgenomen op de aan- of afwezigheid van (risico)factoren voor psychopathologie.  3. Uit de psychiatrische consultverslagen van 32 jongeren is de actuele problematiek en de psychiatrische voorgeschiedenis bepaald.

Resultaten:  1. Een kwart van de jongens heeft matig ernstige of ernstige depressieve symptomen wanneer zij worden opgenomen in een justitiële jeugdinrichting. Tussen de subschalen op de MAYSI-2 en SDQ voor internaliserende problematiek, en de totaalscore op de BDI-II-NL bestaat een  sterk positieve correlatiecoëfficiënt.  2. Informatie uit dossiers draagt in beperkte mate bij aan het opsporen van psychopathologie. Aanwezigheid van (risico)factoren in de voorgeschiedenis van de jongere kan belangrijke informatie opleveren als aanvulling op de screening.  3. Een vijfde van de populatie jongeren in Forensisch Centrum Teylingereind wordt doorverwezen voor psychiatrische hulp. Hoewel externaliserende problematiek meer prevalent is in de voorgeschiedenis dan internaliserende problematiek, is deze verhouding gelijk voor de actuele problematiek.

In elk deelonderzoek bleek dat civielrechtelijk geplaatste jongeren hoger scoren op de aanwezigheid van psychopathologie en (risico)factoren dan strafrechtelijk geplaatste jongeren.

Conclusie:  Internaliserende problematiek komt frequent voor onder jongeren die verblijven in een Justitiële Jeugdinrichting; de BDI-II is een goed diagnostisch instrument om aanvullende informatie te verschaffen over de ernst van depressieve symptomen wanneer screening met de MAYSI-2 en SDQ een verdenking op internaliserende problematiek aantoont. In de helft van de gevallen betreft de reden voor verwijzing naar de psychiater (een verdenking op) internaliserende problematiek. Informatie over (risico)factoren uit dossiers kan bijdragen aan het concretiseren van een verdenking op psychopathologie.