Marco Simons; ‘EIGENLIJK IS HET EEN HELE LIEVE JONGEN’. Overeenkomsten en verschillen in rapportages over probleemgedrag tussen jongens in een justitiële jeugdinrichting en hun ouders

Schattingen door jongeren en hun ouders van de mate, waarin sprake is van psychische problematiek bij deze jongeren, blijken discrepanties te vertonen en onderzoek hiernaar beperkt zich bijna uitsluitend tot normale en klinische populaties. In deze studie werd onderzocht in hoeverre dit ook geldt voor delinquente jongeren in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI), deze verschillen ook relevant zijn voor clinici in een JJI en of discrepanties verschillen voor internaliserend en externaliserend probleemgedrag.

Hiertoe werd bij 1033 delinquente jongens van 12 tot 25 jaar in JJI Teylingereind en JJI Lelystad, de Strengths and difficulties questionnaire (SDQ) afgenomen, en bij een deel van hen ook drie andere instrumenten, waaronder de Youth Self-report (YSR). Bij een representatieve steekproef van 47 van hen werden ook de ouders bevraagd. Rapportages van jongens over hun probleemgedrag als geheel, over internaliserend probleemgedrag en voor een deel van externaliserend probleemgedrag bleken alleen significant te verschillen van die van hun ouders voor de SDQ. De richting van rapportageverschillen bleek over verschillende subschalen van de SDQ te variëren, maar niet afhankelijk te zijn van het internaliserende of externaliserende karakter van specifiek probleemgedrag.

Anders dan bij normale en klinische populaties lijken gevonden verschillen niet samen te hangen met de observeerbaarheid van gedrag. Voor een deel van de schalen en subschalen van SDQ en YSR bleken rapportages van jongeren ook samen te hangen met die van hun ouders. Voor circa 60 procent van de jongens werd minimaal één aanwijzing voor probleemgedrag gevonden. Aanvullende rapportage door ouders lijkt, ondanks dat gemiddeld geen klinisch significante verschillen werden gevonden, andere perspectieven op te leveren voor clinici bij het screenen en diagnosticeren van specifiek probleemgedrag, dan alleen zelfrapportage zou doen. Daarmee wordt overigens niet gesteld, dat rapportages door ouders betrouwbaarder zijn dan die van deze jongens.