risico

Eindrapport Monitor Kleinschalige Voorziening Amsterdam

Het eindrapport 2020 ‘Monitor Kleinschalige Voorziening Amsterdam’ is op dinsdag 30 juni 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het eindrapport en de factsheets Kleinschalige Voorziening Amsterdam en Proeftuinen Kleinschalige Voorziening kunt u via onderstaande link downloaden:

Ik laat je niet alleen AFB

Jeugdzorg legt fundament voor verminderen gedwongen afzonderen

Het project ‘Ik laat je niet alleen’ heeft een tussenrapportage opgeleverd met daarin resultaten van metingen die bij JeugdzorgPlus-instellingen het afgelopen half jaar hebben plaatsgevonden. Naast resultaten van de metingen, doet het rapport aanbevelingen voor het vervolg. Belangrijke aanbeveling is om de brede definitie van gedwongen afzonderen te blijven omarmen en om verder te werken aan alternatieven via onder meer een lerend netwerk.

Het rapport levert – op basis van een brede definitie van gedwongen afzonderen, het uniform meten hiervan en het gezamenlijk (ambassadeurs van JeugdzorgPlus, onderzoekers, ervaringsdeskundigen) bespreken van de uitkomsten – een gedeeld beeld op hoe gedwongen afzonderen in de praktijk eruit ziet en waarom gedwongen afzonderingen plaatsvinden. Door dit gedeelde beeld zijn nieuwe inzichten en initiatieven ontwikkeld om gedwongen afzonderen te verminderen. Er is in verschillende intensiteit een beweging in gang gezet in alle instellingen en er zijn handvatten aangereikt en uitgewisseld, ook in gesprekken met jongeren en ervaringsdeskundigen.

Lees hier verder over de tussenrapportage van het project ‘Ik laat je niet alleen’.

Gezin

Evaluatie van de Jeugdspecialist in de Buurt (Amsterdam-Noord) op 1 september 2020 van start

Onder het motto ‘geen kind de buurt uit’ gaan zes aanbieders van specialistische jeugdhulp, in nauwe samenwerking met de wijkteams in Amsterdam, de jeugdbescherming en huisartsen, een nieuwe werkwijze in Amsterdam-Noord invoeren. Eind april heeft ZonMw een positief besluit genomen over de subsidieaanvraag hiervoor.  Kinderen die problemen hebben bij het opgroeien en/of ouders die problemen hebben bij het opvoeden moeten in hun eigen omgeving hulp krijgen en niet meer ‘verwezen’ worden naar specialistische hulp. De hulp wordt naar het kind en de ouders toegebracht in plaats van dat zij naar de jeugdhulp moeten. Daarnaast wordt goed gekeken naar wat het kind, de jongere en/of ouders nodig hebben, naar wat er al in de wijk aan hulp is en wat er in aanvulling daarop nog nodig is.

In het evaluatieonderzoek volgen we de resultaten voor jeugdigen en ouders aan de hand van cijfers die het team zelf en de gemeente Amsterdam over de problemen in de buurt (in gebiedsfoto’s) verzamelen. Ervaringen en resultaten worden in het team en met samenwerkingspartners in de buurt besproken, zodat zij samen leren wat er goed en minder goed werkt. De samenwerking in de buurt wordt in gesprekken met vele partners geëvalueerd. Tot slot worden de ervaringen in Amsterdam uitgewisseld met die van soortgelijke projecten in andere delen van het land, onder leiding van het Nederlands Jeugdinstituut die hiertoe de opdracht heeft gekregen van ZonMw. Projectleiding van het onderzoek is in handen van Spirit/de Bascule en wordt in samenwerking met veel partners uitgevoerd, waaronder de Academische Werkplaats Risicojeugd en het NEJA.

Jeugd

Aanvraag project De specialist dichterbij? gehonoreerd

ZonMw heeft de subsidieaanvraag De specialist dichterbij? Wat werkt voor professionals in een wijkgerichte integrale specialistische aanpak voor gezinnen met ernstige en langdurige problemen op meerdere levensgebieden gehonoreerd. In het project worden vier lokale integrale specialistische teams in Katwijk, Den Haag, Alphen aan den Rijn en Gouda gevolgd om wat wel en niet goed werkt in een integrale aanpak in de verschillende regio’s te onderzoeken. Door uitwisseling tussen de regio’s in leersessies, wordt er in dit project met en van elkaar geleerd. Het project wordt uitgevoerd vanuit Curium-LUMC in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten, de AW Risicojeugd, de AW SAMEN, hogescholen en ouders en jongeren.

Het project De specialist dichterbij? is onderdeel van het programma Wat werkt voor de jeugd, programmalijn Professionals en hun organisatie. De andere twee programmalijnen zijn Kind en leefwereld en Gemeenten. Binnen het programma wordt in 12 projecten kennis ontwikkeld over wat werkt in de zorg voor jeugd en dat wat werkt toepasbaar gemaakt voor alle betrokkenen. Dat wil zeggen professionals, ouders, jongeren en gemeenten. De kennis die wordt opgedaan in de projecten wordt landelijk uitgewisseld onder coördinatie van het NJi.

afbeelding Boek Gewoon normaal

Boek Gewoon Normaal, het belang van professionele eigenheid in de bejegening van risicojongeren

In kader van project Bejegening is onderzoek gedaan naar het belang van professionele eigenheid in de bejegening van risicojongeren. Het onderzoek focust zich op wat werkt om inzicht te geven in waarom het bepaalde professionals juist wél lukt om een gewenste omgang met risicojongeren te realiseren. Het onderzoek is gefinancierd door ZonMw. Geïnteresseerd in de uitkomsten van het onderzoek? Het boek Gewoon Normaal kan je hier downloaden.

Eva_Mulder_artikel_praktijkgestuurd_onderzoek_f8331142e7

Betere zorg voor kinderen en jongeren met ernstige gedragsproblemen

Op 20 juni jl. was een vertegenwoordiging van ZonMw, de commissie Academische Werkplaatsen Jeugd en de ministeries van VWS en Justitie & Veiligheid op bezoek bij de Academische Werkplaats Risicojeugd. De AWRJ heeft onder andere verteld over gezinsgericht werken, kleinschalige voorzieningen, neurobiologie en bejegening van Risicojeugd. Ook hebben we aandacht besteed aan de dilemma’s bij het doen van onderzoek naar jongeren met veel problemen. De AWRJ heeft het bezoek laten zien hoe we ons als landelijke academische werkplaats ook in de toekomst willen blijven inzetten voor risicojeugd. Meer over dit bezoek lees je hier.

rapport JZplus

Eindrapport ‘Ik laat je niet alleen’

Samen met alle jeugdzorgPlus instellingen heeft de AWRJ de afgelopen maanden het project ‘Ik laat je niet alleen ‘uitgevoerd’. Dit project was een eerste stap om gedwongen afzonderen in JeugdzorgPlus terug te dringen. Het eindrapport is 18 juni 2019 naar de Tweede Kamer gestuurd. Lees meer hierover op de website van Jeugdzorg Nederland.

Huiskamer-360x240

AWTJ Risicojeugd onderbouwt ons mensbeeld met harde cijfers

In de Kleinschalige Forensische Voorziening (KV) Amsterdam leiden acht jongeren in preventieve hechtenis een zo normaal mogelijk leven. Door veel eigen verantwoordelijkheid vallen ze minder snel terug in de criminaliteit. AW Risicojeugd doet onderzoek naar de KV.

 

De Kleinschalige Voorziening (KV) oogt als een normaal gebouw en valt niet op in de woonwijk waar hij staat. Binnen is het huiselijker dan in een justitiële jeugdinrichting, met een huiskamer en een open keuken waar de jongeren eten kunnen pakken wanneer ze willen. Van ‘s avonds 22 uur tot ‘s ochtends 7 uur gaan de deuren van de slaapkamers op slot, buiten die tijden bewegen de jongeren – verdacht van een crimineel vergrijp – vrij. Ze leiden een zo normaal mogelijk leven: gaan naar hun eigen school of werk en zien hun familie zoveel mogelijk.

Door de eigen verantwoordelijkheid vallen de jongeren minder snel terug in de criminaliteit. Hun vrijheid heeft wel grenzen: er zijn regels en het is de bedoeling dat ze overdag op school, werk of stage zijn. Niet alle jeugddelinquenten komen in aanmerking voor de KV. Ze moeten er passen, en zelf willen werken aan hun toekomst. Ruud Jacobs is projectleider van de KV en van Spirit! Jeugd- en Opvoedhulp. ‘Voor de jongeren is de KV een wake-up call, om de juiste keuzes te maken en niet verder te verglijden in een vorm van criminaliteit.’

Pilot

In 2016 begon de KV als een pilot, of proeftuin. ‘Veel gevangenissen in Amsterdam sloten in 2015 door dalende criminaliteitscijfers met een overschot aan cellen als gevolg’, vertelt Jacobs. ‘De jeugdgevangenis en Bijlmerbajes sloten. Verschillende Amsterdamse ketenpartners kwamen toen bij elkaar: Spirit!, de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdhulpverlening, Gemeente Amsterdam, maar ook de advocatuur en Rechtbank. Zij bespraken hoe ze in de vraag aan plek voor jeugddelinquenten konden voorzien. Hier kwam de KV uit voort, een pilot die in eerste instantie tien maanden zou draaien. AWTJ Risicojeugd kreeg de opdracht om de werkzame elementen die uit de pilot naar voren kwamen, wetenschappelijk aan te tonen.’

Risicoverlagend

Inmiddels, twee jaar en  vier maanden later, bestaat de KV nog steeds, in tegenstelling tot twee soortgelijke pilots in Groningen en Nijmegen. ‘De academische werkplaats volgt ons continu. Zij hebben de 110 dossiers van de jongeren geanalyseerd en er een conclusie uit getrokken. Die is dat de jongeren zelf, hun ouders en alle ketenpartners in hoge mate tevreden zijn over de KV. De jongen zelf geven aan dat ze zich gezien en gehoord voelen, dat ze kansen krijgen, dat ze zich passend behandeld voelen. Ouders geven aan: we voelen dat we hier ons kind veilig achter kunnen laten. Dit alles heeft een positieve invloed op het leven van de jongeren, en werkt daarmee risicoverlagend.’

De AWTJ onderbouwt deze conclusie in haar rapporten. ‘De werkplaats is voor ons eigenlijk van levensbelang’, stelt Jacobs. ‘Zonder hen zouden wij zijn opgedoekt, en de jongeren zouden in een heel bepalende periode in hun leven meer risico’s hebben gelopen. Ze zouden daardoor vermoedelijk  in een negatieve spiraal zijn gekomen.’ Andere factoren die hebben geholpen bij het overeind houden van de KV, zijn de urgentie van dententieplekken in Amsterdam en ‘de soepele samenwerking tussen de ketenpartners.’

Werkzame elementen

Jacobs vindt ook de samenwerking met de onderzoekers van de AWRJ positief. ‘Iedere dinsdag zit hier een ploegje van de werkplaats. Ze hebben hier een eigen kamertje en lopen met de jongeren en het team door de KV. Ze moeten zich positioneren tussen de ouders, de advocatuur. Dat doen ze heel goed. Ze stellen zich zo neutraal mogelijk op. Ook begrijpen ze de processen hier goed. Wij denken vanuit een mensbeeld dat uitgaat van een vorm van veiligheid en respect: kansen bieden, de jongeren laten leren. We zijn bijvoorbeeld selectief in verlof intrekken als straf. De AWRJ begrijpt dat dit uiteindelijk winst oplevert. Als ze dat niet zouden begrijpen, zouden ze in hun rapporten niet kunnen overdragen wat de werkzame elementen van de KV zijn. Dan zou de buitenwereld de KV vooral blijven zien als een risicovol project.’

Wetenschappelijke ondersteuning

Jacobs ziet bevindingen van de academische werkplaats daarom als een grote meerwaarde voor de KV. ‘Ze hebben wetenschappelijk bewezen dat ons mensbeeld klopt. Als wij voorlichting geven, bijvoorbeeld aan de minister, of een van de vele werkgroepen die hier langskomen, dan kan ik de rapporten van de AWTJ gebruiken als ondersteuning. Ik kan statistieken, harde cijfers laten zien. Zelf hadden we die niet naar boven kunnen halen. De AWRJ beschrijft ook de methodiek: welke visie er onder de cijfers hangt. Ze hebben daarmee een inspirerende rol voor ons.’

Jacobs kan niet voorspellen wat er in de toekomst met de KV zal gebeuren. ‘Maar de minister kan eigenlijk niet anders dan dit project vervolgen. In zijn werkbezoek gaf hij de indruk dat hij positief geraakt was door wat hij zag én door de onderbouwing van de AWRJ.’