Risicojongeren

Bejegening Risicojongeren

Bejegening

Een bijzondere doelgroep van risicojeugd kenmerkt zich door zorgmijdend gedrag. Het gaat om risicojongeren tussen de 12 en 27 jaar , doorgaans met een forensische achtergrond , en waarbij extra aandacht uitgaat naar jongeren met een migratieachtergrond en/of afkomstig uit multiprobleemgezinnen. Het zorgmijdend gedrag dat deze doelgroep kenmerkt verwijst enerzijds naar de ervaring dat zij zich weerbarstig opstellen richting hulpverlening. Anderzijds betekent het ook dat deze doelgroep minder toegankelijk is, omdat hulpverleners hen nog moeilijk weten te bereiken en te motiveren. Daarbij speelt een rol dat deze jongeren vaak al eerdere negatieve ervaringen met hulpverlening achter de rug hebben. Die ervaringen zijn het gevolg van geconstateerde (ernstige) gedragsproblemen en problematiek op andere leefgebieden (met betrekking op ouders, middelengebruik, school etc.). Hechtingsproblematiek of opgebouwd wantrouwen naar professionals maken dat deze jongeren niet snel een band aangaan met hulpverleners. Andersom kan bij hulpverleners ook sprake zijn van handelingsverlegenheid. In dat geval kan een professional spanningen ervaren in de omgang met de doelgroep met als gevolg dat (methodisch) handelen uitblijft. Die spanningen zijn niet zelden het gevolg van het ontbreken van een gedegen methodiek voor effectieve bejegening van een jongere door de professional in een werkrelatie waarbinnen een jongere zich begeleidbaar opstelt (coöperatief en corrigeerbaar) in een hulpverleningstraject, behandeling of interventie. 

Hier staat tegenover dat in de dagelijkse praktijk van verschillende gemeenten voorbeelden te vinden zijn van professionals uit het sociale- en veiligheidsdomein, die het wel goed lukt om in contact te komen met deze doelgroep van risicojongeren en hun werkzaamheden te verrichten. Die voorbeelden hebben betrekking op professionals die zich richten op hulpverlening, maar soms ook op professionals die belast zijn met taken in handhaving of preventie. Deze professionals en hun organisaties vallen op wanneer drie afzonderlijke bronnen gewag maken van hun opmerkelijke competenties om met een goede bejegening effectieve werkrelaties op te bouwen met jongeren uit de doelgroep: de (gemeentelijke) regisseur van een integrale aanpak, partnerorganisaties uit het sociale- en veiligheidsdomein, en – niet in de laatste plaats – de jongeren zelf. 

Uitdaging

De uitdaging in het project ‘Bejegening’ van het AWRJ is om te leren van een aantal van deze voorbeeldorganisaties als ‘best practices’ ten aanzien van bejegening in de werkrelatie met risicojongeren uit de doelgroep. Wat zijn de werkzame factoren in de bejegening van deze jongeren waardoor het die professionals juist wel bijzonder goed lukt om in contact te treden, een relatie op te bouwen en vooruitgang te boeken in hun professionele doel (met betrekking tot hulpverlening, handhaving en/of preventie).

Looptijd en opbrengsten

Het project gaat van start in januari 2019 en zal worden afgerond in oktober 2019. Het wordt gefinancierd vanuit een ZonMw subsidie. Het project wordt uitgevoerd door een junior onderzoeker, Nienke de Wit, en de projectleider, Jan Dirk de Jong (lector Aanpak Jeugdcriminaliteit, Hogeschool Leiden). De opbrengsten van het project zullen zijn: 

  • een overzicht van werkzame factoren in bejegening van risicojeugd (algemeen en specifiek in de werkwijze van de deelnemende ‘goede voorbeelden’)
  • een eenduidige beschrijving van de werkwijze (met aandacht voor werkrelatie en verantwoording aan de gemeente) van elk deelnemend ‘goed voorbeeld’, met als doel deze werkwijze inzichtelijk te maken voor gemeenten
  • een training/methodiek om de werkwijze/bejegeningswijze over te dragen aan nieuwe medewerkers en medewerkers van de toekomst (studenten hogeschool/universiteit)