Jeugd

‘Leer mij kennen’ en ‘Gezinsaanpak preventie jeugdcriminaliteit’

De Academische Werkplaats Risicojeugd (AWRJ) richt zich op jongeren die door een combinatie van problemen het risico lopen om (opnieuw) in de criminaliteit terecht te komen. De deelnemers in de werkplaats doen er alles aan om risicojongeren op een positieve manier te benaderen en voor hen de mogelijkheid te scheppen om op een constructieve manier deel te nemen aan de samenleving. Dit houdt voor de partners onder meer in dat zij doelmatige integrale wijkaanpakken ontwikkelen, toegelegd op preventie en signalering. Door het samenwerken van zorgorganisaties, onderwijs, welzijn, werk en inkomen, politie, woningbouw wordt voorkomen dat risicojeugd afglijdt naar het criminele pad. In december 2016 is het project ‘Leer mij kennen’ van start gegaan, gericht op onderzoek naar jongeren die uitstromen uit de 24-uurs zorg (in samenwerking met de Werkplaats Sociaal Domein Flevoland). Tegelijkertijd is gestart met het project ‘Gezinsaanpak preventie jeugdcriminaliteit’ dat zich richt op preventie, waarbij wordt samengewerkt met gemeente Almere.

De overkoepelende vraag voor beide projecten luidt ‘Welke fysieke, sociale en risicofactoren zijn vanuit klantperspectief van invloed op een succesvolle maatschappelijke participatie van risicojongeren en hun gezinnen, zowel in preventieve zin als bij terugkeer in de wijk na verblijf in een (justitiële) jeugdinrichting’.
Uit de praktijk en de literatuur weten we dat tussen beide groepen – gezinnen met langdurige en complexe problemen enerzijds en kinderen en jongeren met ernstige problematiek anderzijds – een grote overlap bestaat. Of anders gezegd; er is een grote kans dat problematische kinderen en jongeren opgroeien in problematische gezinnen.
De verbinding tussen de projecten betekent dat we de vraagstelling vanuit meerdere invalshoeken aanvliegen. Van de gezinnen die we includeren weten we dat de kinderen het risico lopen op minder gunstige ontwikkelingsuitkomsten, bij de jongeren heeft de problematiek uiteindelijk geresulteerd in plaatsing in de (forensische) residentiele jeugdzorg.
We weten dat het vaak niet lukt om deze jongeren en gezinnen de juiste hulp en ondersteuning te bieden, omdat zij vaak ambivalent of zelfs afwijzend staan ten opzichte van hulpverlening (Goderie en Steketee, 2005; Steketee & Vanderbroucke, 2010; Boendermaker 1998, Samuels & Pryce 2008). Een op het gezin en/of de jongere afgestemde ondersteuning en een passende bejegening lijken aanknopingspunten te bieden voor motivatie voor en acceptatie van hulpverlening en daarmee een positiever resultaat van de geboden zorg (Karver et al., 2006; Kazdin, 2000; Rots-de Vries, 2011).

Dit belang van een persoons- en gezinsgerichte aanpak, waarbij de voorkeuren, behoeften en waarden van de cliënt richtinggevend zijn, wordt onderschreven door nationale en internationale richtlijnen voor de praktijk van de (geestelijke) gezondheidszorg (Crossing the Quality Chasm: A New Health System for the 21st Century, 2001; National Institute of Health and Care Excellence, 2002; Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming, 2017). Echter, de  mate waarin de ondersteuning en bejegening als passend wordt ervaren is vanzelfsprekend afhankelijk van de perceptie van de cliënt. Het is daarom opmerkelijk dat het perspectief van jongeren en gezinnen zelf maar zeer beperkt onderwerp van onderzoek is geweest (Barnhoorn et al., 2013).
In beide projecten wordt juist dit perspectief centraal gesteld; samen met de jongeren en gezinnen in kaart gebracht wat zij als helpend en belemmerend ervaren bij het vormgeven van hun leven.
De dataverzameling levert een schat aan (voornamelijk kwalitatieve) informatie op. Niet alleen over wat als passend wordt ervaren op het gebied van hulpverlening en bejegening door zorgprofessionals, maar ook over hoe maatschappelijke structuren als onderwijs, werk en vrijetijdsvoorzieningen moeten worden ingericht om de kans op maatschappelijke uitsluiting en (verdere) marginalisatie te verkleinen.

Daarnaast krijgen we zicht op wat er vanuit het perspectief van de gezinnen en jongeren nodig is op deze gebieden gedurende verschillende momenten in de levensloop; als kind, jongere, jongvolwassene en als ouder en opvoeder.
Binnen het project ‘Leer mij kennen’ worden er acht jongeren zeer intensief gevolgd middels tweewekelijkse telefoongesprekken en driemaandelijkse diepte-interviews. Het eerste contact is gelegd vlak voor uitstroom uit de instelling en in het daaropvolgende jaar wordt met hen in kaart gebracht hoe zij hun leven vormgeven.

De vijf gezinnen die zijn geïncludeerd voor het project ‘Gezinsaanpak preventie jeugdcriminaliteit’ worden viermaandelijks over hun ervaringen bevraagd.

Dit levert een schat aan informatie op over wat de jongeren en de gezinnen als helpend en belemmerend ervaren en geeft inzicht in de uitdagingen waarmee zij geconfronteerd worden. De onderzoeksgroep is zeer divers en de data-analyse zal er ondermeer op gericht zijn de overkoepelende thema’s die naar voren komen uit de verhalen van de jongeren en gezinnen te extraheren en te duiden.
Met dit project komt de Academische Werkplaats Risicojeugd tegemoet aan de transformatiedoelen jeugdhulp, zoals opgesteld door het ministerie van VWS. Er wordt naar gestreefd eerder de juiste hulp op maat te bieden, om gespecialiseerde residentiële hulp te verminderen. Daarnaast is er meer ruimte voor de professionals door vermindering van de regeldruk. De aanpak dient toepasbaar te zijn in andere gemeenten. De AWRJ werkt landelijk waardoor de kennis uit dit project op landelijk niveau kan worden verspreid.