Brug

ZonMw leergang Jeugdparticipatie

Op 13 juni heeft de AWRJ deelgenomen aan de eerste dag van de door ZonMW georganiseerde leergang jeugdparticipatie. De leergang beslaat drie onderwijsdagen en heeft onder andere tot doel inzicht te geven in de meerwaarde, de uitdagingen en vormen van participatie. Concreet gaat het hierbij om het raadplegen, advies inwinnen, samenwerken en/of laten meebeslissen van de jongeren en hun ouders bij onderzoek en de projecten van de diverse werkplaatsen.

Op deze eerste dag van de leergang waren alle Academische Werkplaatsen Transformatie Jeugd aanwezig. Er is hard gewerkt en veel uitgewisseld. De noodzaak van het betrekken van jongeren en hun ouders bij alle fases van de projecten werd door alle werkplaatsen (en de aanwezige jongeren en ouders) onderschreven, maar de concrete invulling is vaak een uitdaging. Aan het einde van de leergang is het de bedoeling concrete handvatten te hebben om participatie binnen de projecten verder vorm te geven.

 

 

EFCAP_didit

AWFZJ projecten op het EFCAP congres

Results from the Academic Workplace Forensic Care for Youth: collaboration of research, practice and education to improve care’

Chair: Eva Mulder, programmaleider AWRJ

Eva Mulder

The Academic Workplace Forensic Care for Youth is a collaboration of research, practice, and education. The aim is to improve forensic care for youth by changing diagnostic and treatment processes. This symposium will discuss three projects with examples of improvements in care and its accompanying research in juvenile justice institutions (JJIs). By means of an imaginary case, we will present research and implementation results.

Kore Lampe

Non verbale diagnostiek
Kore Lampe
The reliability of observation and the development of an observation checklist in two JJI’s
Background: Workdays in JJIs are often hectic. Among groupworkers, much knowledge about the youths is present, but remains little-used. Observation of, and reporting on the juveniles is unstructured nor directed at observing signs of mental disorders.
Objectives: Assessing whether observation of aggression can be reliably executed by developing an observation checklist for groupworkers.
Method: We conducted a systematic literature review on inter-rater reliability (IRR) of the observation of aggression. Next, we developed a daily observation checklist to capture the information from groupworkers, including observable behavior contributing to diagnostic assessment. The checklist was implemented after extensive training. IRR was measured three and six months later.
Results: Our review suggests that observation of aggression can be reliably executed. Noticeably, most research focused on non-participant observation, research on participant observation –foremost used in clinical practice- was sparse. Results on IRR and comparison of checklist data and self-report data will be presented.
Conclusion: Observation can complement daily assessment in JJIs.

EFCAP_Inge2Gezinsgericht werken
Inge Simons
Family-centered care (FC) in JJIs: quantitative and qualitative study
Background: The new program of FC for JJIs is evaluated during its implementation in short stay wards.
Objectives: To learn in which ways parents are involved during their child’s detention, if treatment motivation is related to involvement, and about parents’ needs regarding FC.
Method: Youth (N=164) and parents (N=57) filled out questionnaires about family environment, parenting stress, and treatment motivation. Additionally, we interviewed 20 caregivers about current involvement, needs and expectations in involvement, and motivating strategies.
Results: We will discuss characteristic of parents and their involvement. The majority of parents and adolescents are at least somewhat motivated for family meetings, even though they reported low on family-problems. All caregivers want to be involved, albeit in different intensity and frequency.
Conclusion: Caregivers agree that family-oriented care is important in JJIs. Practitioners face the challenge of tailoring family activities to parent’s needs. Implementing FC was the first step towards successful parental involvement.

Beslistool
Sanne Hillege
Development of a Decision Support Tool for treatment in JJIs
Background: During treatment planning clinicians in JJIs consider, prioritize, and integrate offender characteristics, combining experience and scientific knowledge. To face this challenge, a tool is developed to support clinicians in the decision-making process.
Objectives: To find important domains in treatment trajectories of the adolescents and to detect profiles based on risk and protective factors.
Methods: Using the Delphi technique, consensus was reached on crucial domains in treatment planning among a group of 34 clinical forensic experts. Cluster analyses were used to detect distinctive profiles. Based on recidivism records, characteristics related to offending behavior were found for every subgroup.
Results: Eight independent domains for treatment planning were found: Mental health problems, Personal characteristics, Family, Offense, Motivation, Treatment, School/Work/Housing and Peers/Spare-time. By cluster analyses seven profiles were distinguished, differing in recidivism rates and in risk factors predicting recidivism.
Conclusions: In treatment planning, different domains and risk profiles need to be considered.

ROM JJI
Natasja Hornby
Routine Outcome Monitoring in juvenile justice institutions: successes and pitfalls
Background: Adolescents in Juvenile Justice Institutions (JJI) display problems in all life areas. Although screening and assessment are used to assess risk and decide on treatment, little is known about the development of youth and there problem behavior during treatment. Recently, Routine Outcome Monitoring (ROM) has been developed and implemented to solve this problem.
Objectives: ROM has several goals: to evaluate treatment, to learn about your treatment population, to support research and to report about treatment effect to society. Both implementation and research results  are presented.
Methods: Explorative analyses are used to study the first data produced by ROM. Also, the implementation process will be described.
Results: Implementation of ROM started in March 2013 in two institutions. Both pitfalls and successes will be discussed. In November 2015 another five institutions joined in. A total of 651 youth were included in ROM. 136 of them completed a second ROM assessment after three months. Explorative results will be presented.
Conclusions: To successfully implement ROM, its usability in clinical practice is very important. When interpreting ROM results, the specific characteristics of the population should always be taken into account. In a forensic population for instance, reporting more problems can be interpreted as a positive result, as it could point to an increase in problem insight.

 

diagnostiek

Observatie en diagnostiek; een observatiechecklist

In de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s) worden de jongeren die binnenkomen, gescreend op psychische problemen. Hierdoor kunnen acute problemen, zoals suïcidale gedachten, snel worden aangepakt. De bestaande screening geeft veel informatie, maar is ook eenzijdig omdat het gaat om vragenlijsten die de jongere zelf invullen. Bovendien wil of kan niet elke jongere de lijsten goed invullen. Groepsleiders zien deze jongeren dagelijks. Hun observaties werden nog niet systematisch meegenomen bij de diagnostiek van problemen van deze jongeren

De AWFZJ ontwikkelde daarom in samenwerking met de professionals uit JJI’s een aanvullende non-verbale methode voor screening en diagnostiek van psychische problemen bij forensische jongeren. Deze methode bestaat uit een observatiechecklist voor groepsleiders, met een bijbehorend trainingspakket en een digitale applicatie.

Daartoe is gestart met de inventarisatie van belangrijke factoren voor recidive. Vervolgens is gekeken welke van deze factoren te observeren zijn ‘op de groep’ en dus bruikbaar zijn voor de checklist. Aan behandelaars is gevraagd welke informatie zij in de huidige werkwijze missen om een goede diagnose te kunnen stellen. Daarna werd aan groepsleiders gevraagd of zij deze informatie op basis van hun observaties kunnen aanleveren en of dit voor hen ‘te doen’ zou zijn.

De zes overgebleven kenmerken die gescoord worden zijn: proactieve (of geplande) agressie, reactieve (of ongeplande, impulsieve) agressie, gebrek aan wederkerigheid in contact, impulsiviteit, hyperactiviteit en neerslachtigheid. Op leefgroepen in de forensische residentiële jeugdzorg vullen de groepsleiders twee keer per dag de checklist in voor elke jongere op de groep. De scores worden per jongere vastgelegd in een grafiek. De observaties worden niet alleen gebruikt voor de diagnostiek, maar ook voor de bejegening van de jongeren.

Momenteel wordt de observatiechecklist gebruikt op de twee instroomgroepen van JJI Lelystad (onderdeel van Intermetzo) en FC Teylingereind, alsook de observatiegroep van FC Teylingereind. Zodra de onderzoeksresultaten medio 2017 beschikbaar komen, wordt de observatiechecklist ook aan andere instellingen aangeboden. De JJI’s, jeugdzorgplusinstellingen en de Vlaamse tegenhanger van een JJI (Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdbijstand) hebben al  belangstelling geuit. Verder zou deze checklist ook voor de residentiele jeugdzorg en bijvoorbeeld het Pieter Baan Centrum interessant kunnen zijn. Als het onderzoek wordt afgerond, worden deze mogelijkheden voor verspreiding verder geïnventariseerd. Met dit vooruitzicht is er een reeks aanbevelingen opgesteld waar geïnteresseerde instellingen rekening mee kunnen houden bij het implementeren van de observatiechecklist. Een beleidsdocument waarin FC Teylingereind het gebruik van de observatiemethode borgt is in voorbereiding.

 

Opleidingen

Alle groepsleiders die met de observatiechecklist werken, werden gedurende een tweedaagse training opgeleid. Verschillende opfristrainingen vonden sindsdien plaats. De getrainde groepsleiders of gedragswetenschappers trainen nieuwe personeelsleden (train-de-trainer-methode) en de praktijkinstellingen dragen hier sinds enige tijd zelf de verantwoordelijkheid voor. Voor het gebruik van de observatiechecklist werd een handleiding geschreven met bijhorende trainingsmateriaal (waaronder videofragmenten). De observatiemethode (handleiding, de videofragmenten en het overige trainingsmateriaal) is opgenomen in een onderwijsprogramma van de Hogeschool Leiden in het kader van de minor ‘werken in gedwongen kader’. Deze worden ook gebruikt bij gastcolleges aan de andere deelnemende hogeschool waar groepsleiders worden opgeleid (Windesheim Flevoland). Dit alles draagt bij tot het vergroten van de deskundigheid van groepsleiders.

 

Onderzoek

In het kader van onderzoek naar de checklist wordt eind 2017 een vijftal studies afgerond. Als eerste is een literatuurstudie gedaan naar mogelijkheden om op een gestructureerde manier probleemgedrag te observeren (met een goede interbeoordelaarsbetrouwbaarheid). Deze studie wordt momenteel herwerkt voor een internationaal tijdschrift. In een tweede studie wordt de ontwikkeling van de observatiechecklist en de implementatie ervan geëvalueerd en beschreven. De analyses en het bijhorende artikel zijn in vergevorderd stadium en zullen medio 2017 afgerond worden en ingediend worden voor publicatie bij een internationaal wetenschappelijk tijdschrift. Met dit doel voor ogen werd reeds begonnen aan het gebruiksklaar maken van de data die nodig is om de analyses uit te voeren. Een derde geplande studie zal ingaan op de relatie tussen gegevens verzameld via de observatiechecklist en gegevens verzameld via zelf-rapportage, een vierde geplande studie op overeenkomsten en verschillen in scores op de observatiechecklist tussen Nederlandse jongens en jongens van niet-Nederlandse herkomst. De vijfde geplande studie zal – indien mogelijk – nagaan of scores op de observatiechecklist later wangedrag binnen de instelling kunnen voorspellen.

Voor meer informatie: O.Colins@curium.nl (projectleider)

decisions-6

Thumbs Up; ondersteuning bij behandelbeslissingen, een digitale tool

Bij jongeren die vanwege delinquent gedrag in een JJI terecht komen, is vaak sprake van een variëteit aan problemen. Veelal is er sprake van psychiatrische problematiek, maar ook problemen in psychologische en contextuele zin.

Binnen de behandeling is het een uitdaging om een passend traject samen te stellen omdat er veel verschillende factoren moeten worden overzien, die elkaar ook nog eens onderling beïnvloeden. Wat zet je nu in bij welke jongere op welk moment?

De beslistool is ontwikkeld op basis van een combinatie van kwantitatief onderzoek (kenmerken doelgroep, uitkomstmaten) en kwalitatief onderzoek (ervaringen en kennis van experts en jongeren). In een Delphistudie gaven behandelaars uit alle JJI’s aan over welke aandachtsgebieden zij informatie moeten hebben om een behandeling te kunnen geven: het systeem, motivatie, persoonlijke eigenschappen, problematiek, delict, vrienden en vrije tijd, werk en wonen en ten slotte hulpverlening. Bij deze domeinen zijn vragen en aandachtspunten opgesteld.

Op basis van een clusteranalyse van risicofactoren, is een indeling gemaakt in zeven profielen van jongeren: antisociale problemen (de zogenaamde veelplegers), systeemproblemen (jongeren met opvoedingsproblemen), jongeren met problemen met geweten en empathie, jongeren met verslavingsproblemen én met gewetens- en empathieproblemen, zedenproblemen, zedenproblemen met verstandelijke beperking en tot slot jongeren die overal gemiddeld scoren. Per profiel zijn specifieke risicofactoren onderzocht.

Motivatie loopt als een rode lijn door de domeinen en profielen heen. Steeds opnieuw wordt gekeken naar wat de jongere in beweging brengt. Behandelaars onderscheiden verschillende typen motivatie: ‘niet gemotiveerd en wordt het ook niet’, ‘lijkt gemotiveerd maar is het niet’, ‘niet gemotiveerd, maar kan het wel worden’ en ‘is gemotiveerd’. Vanwege het grote belang van motivatie voor de behandeling is besloten tot het doen van een deelstudie. Het doel van deze deelstudie is het middels gestructureerde focusgoep discussies verzamelen van kennis en ervaring uit de praktijk met betrekking tot het motiveren en gemotiveerd houden van de verschillende groepen jongeren. Deze informatie kan worden gezien als ‘best practice’ en kan collega’s ondersteuning geven bij het vormgeven van nieuwe behandeltrajecten. Deze informatie zal daarom worden gebruikt tijdens de ontwikkeling van de beslisondersteuning. Het doel is om praktische en toegespitste informatie te vergaren die vervolgens weer gebruikt kan worden door behandelaars.

Tot slot is er uitvoerig literatuuronderzoek gedaan naar werkzame behandelingen voor bepaalde problemen.

In het voortraject van de ontwikkeling van de digitale tool is een papieren versie van de beslistool gemaakt. Gedragsdeskundigen uit verschillende JJI’s en een forensische ggz instelling hebben – bij wijze van proef – deze versie gebruikt als leidraad in gesprekken met een tiental jongeren. Dit liet zien dat over het algemeen zowel de jongeren als de behandelaars positief over de beslistool zijn. De tool biedt structuur en houvast en draagt bij aan duidelijkheid over werkdoelen. Of, zoals één jongere opmerkte: ‘ik snap nu waar ik op moet letten’.

Op basis van de reacties van de gedragsdeskundigen en jongeren is het papieren model aangepast en is een eerste digitale versie ontwikkeld. De pilot van deze tool start in februari 2017. Medio 2017 is de eerste versie van de tool klaar voor doorontwikkeling op langere termijn.

Publicatie: S. Hillege, L. van Domburg, E. Mulder, L. Jansen and R. Vermeiren; ‘How do Forensic Clinicians Decide? A Delphi Approach to Identify Domains Commonly Used in Forensic Juvenile Treatment Planning’ (2016).

Voor meer informatie: n.hornby@teylingereind.nl (projectleider)

 

Gezin

Gezinsgericht werken in de JJI, jeugzorgplus en residentiële jeugdzorg

Het gezin speelt een belangrijke rol in het leven van jongeren. Justitiële Jeugdinrichtingen en JeugdzorgPlus instellingen (gesloten jeugdhulp voor jongeren die niet vanwege een strafbaar feit zijn geplaatst) willen daarom ouders intensiever betrekken bij het verblijf en de behandeling van hun kind. Maar bestaande gezinsbehandelingen waar de residentiële instellingen mee werkten, zijn eigenlijk alleen bedoeld voor de ambulante zorg. Daarom is binnen de Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd (AWFZJ) een programma ontwikkeld voor gezinsgericht werken binnen de residentiële jeugdhulp in een gedwongen kader.

‘Gezinsgericht werken’ is een breed programma waarbij ouders integraal onderdeel zijn van de behandeling en het verblijf waarbij alle professionals in de instelling betrokken zijn. Uitgangspunt van dit programma is om de afstand tussen de jeugdinstelling en thuis zo klein mogelijk te maken. Het streven is om te zorgen dat er continuïteit is in de behandeling van jongeren: van verblijf tot terugkeer naar huis en waar nodig ook daarna.

Het programma ‘Gezinsgericht werken’ bestaat uit een module voor kort verblijf, een module voor lang verblijf en een module voor ouderbegeleiding. Ouders worden letterlijk binnengelaten in de instelling, tijdens bijvoorbeeld ouderavonden of gemeenschappelijke activiteiten als het samen koken door ouders en jongeren. Waar nodig wordt intensievere behandeling en begeleiding van het gezin opgestart.

Het programma is onderzocht via vragenlijsten bij jongeren, hun ouders en groepsleiders. Er is ook informatie verzameld over bezoeken van ouders aan hun kind in de instelling, incidenten waarbij de jongeren betrokken waren en uitslagen van urinecontroles. Daarnaast zijn interviews gehouden met groepsleiders, ouders en jongeren.

Met de resultaten is het aanbod beter afgestemd op de behoeften van de ouders en jongeren. Uit het onderzoek kwam bijvoorbeeld naar voren dat jongeren willen dat hun ouders gebeld worden; niet alleen als zij iets verkeerd doen, maar ook als ze iets goed doen. Bij de ouders bleek bijvoorbeeld dat zij een uitnodiging om op de groep te komen eten wel waardeerden, maar dat zij nog liever zelf wilden komen koken.

Praktijk

Na de pilotfase, waaraan drie groepen voor kort verblijf en twee groepen voor lang verblijf meededen, is het programma begin 2016 uitgerold naar alle vijftien leefgroepen in de twee deelnemende justitiële jeugdinrichtingen. Het gezinsgericht werken behoort daar nu tot de reguliere werkwijze. Ook een JJI die niet was aangesloten bij de werkplaats werkt er inmiddels mee. Het programma is geschikt voor brede toepassing in de andere JJI’s. Een knelpunt is echter dat door bezuinigingen niet meer in alle JJI’s een gezinstherapeut aanwezig is. Eén van de oplossingen die succesvol is verlopen, is het laten uitvoeren van de gezinstherapie door een instelling voor ambulante jeugdzorg.

In een pilotproject zijn ook in twee residentiele instellingen, waaronder één JeugdzorgPlusinstelling, medewerkers getraind in het gezinsgericht werken. In 2016 zijn hieraan twee instellingen  toegevoegd. Deze pilots zijn daarnaast gebruikt voor aanpassingen van de modules om ze breder inzetbaar te maken voor residentiële instellingen.

 

Opleidingen

De trainingen voor groepsleiders zijn ondergebracht bij Stichting Jeugdinterventies. Zij beheren de trainingen, zorgen voor verspreiding en bieden de training aan. Verder is de ontwikkelde kennis en methodiek door de Hogeschool Leiden opgenomen in de minor werken in gedwongen kader. De twee modules voor kort- en langverblijf binnen JJI zijn voor de Jeugdzorgplus samengevoegd tot één module. Deze module is ook toepasbaar voor andere residentiële instellingen.

Vanwege internationale belangstelling wordt het programma momenteel in het Engels vertaald.

 

Beleid

Het programma ‘Gezinsgericht werken’ is landelijk beschikbaar gesteld en als ‘goed voorbeeld’ opgenomen door het ministerie van Veiligheid en Justitie in haar visie op zorg voor de jongeren die ze onder haar hoede heeft. Daarnaast worden de projectresultaten ook gebruikt in de nieuwe AWTJ Risicojeugd, in het kader van het project bejegening. In het kader van dit project worden wijkteams getraind in het omgaan met risicojeugd en hun gezin. Gezinsgericht werken leent zich hier heel goed voor.

Onderzoek

In 2015 zijn kennis en producten op het gebied van cliënt- en omgevingsgericht werken die zijn ontwikkeld door verschillende academische werkplaatsen, gebundeld. Ook het programma ‘Gezinsgericht werken’ wordt daarin meegenomen.

De Academische Werkplaats ontwikkelt verder een beginmeting voor (nieuwe) deelnemende instellingen. Met deze meting kan worden bepaald wat er nodig is aan training, zodat het trainingspakket op maat kan worden aangeboden. De verzamelde gegevens kunnen daarnaast worden gebruikt in het onderzoek naar de invloed van gezinsgericht werken. 

Voor onderzoek in de residentiële jeugdzorg is de samenwerking aangegaan met het ExtrAct consortium voor het ‘indikken gedragsinterventies externaliserende problematiek’. In dit onderzoek wordt gekeken hoe JeugdzorgPlus instellingen gezinnen betrekken bij het verblijf en de behandeling van hun kinderen, en welke effecten dit heeft op de behandeling van jongeren. Het onderzoek richt zich niet enkel op het programma ‘gezinsgericht werken’, maar op de mate en manier waarop er gezinsgericht wordt gewerkt in de instellingen. De eerste resultaten laten zien dat op leefgroepen waar meer gezinsgericht wordt gewerkt, is het verblijf van jongeren korter, gaan zij vaker terug naar huis en wordt vaker gezinstherapie ingezet. Gezinsgericht werken lijkt voor verschillende groepen jongeren en ouders even positief te zijn. Gezinstherapie wordt nog relatief weinig ingezet. Hier lijkt ruimte voor verbetering.

Meer informatie over dit onderzoek lees je op de site van ZonMw.

Meetlint

ROM JJI; Routine Outcome Monitoring in de justitiële jeugdinrichting

In opdracht van het Ministerie van Veiligheid & Justitie heeft de AWFZJ een methodiek voor Routine Outcome Monitoring (ROM) voor de JJI’s ontwikkeld. Vanaf de start zijn alle gebruikers (jongeren, gedragsdeskundigen en het management van de JJI’s) betrokken geweest bij de ontwikkeling.

Het ROM project heeft het volgende opgeleverd:

  • Een methodiek om gestructureerd en systematisch na te gaan hoe het de jongeren in JJI’s vergaat. De meetinstrumenten zijn afgestemd op de problematiek van de doelgroep en geven inzicht in eventuele veranderingen in het functioneren. Met de meetmomenten wordt aangesloten bij het primaire proces in de JJI.
  • Een gebruiksvriendelijke ICT applicatie (ProMISe) geschikt voor zowel het afnemen van de instrumenten en het generen van rapporten als de opslag van de gegevens.
  • Een implementatiehandleiding met praktische handvatten over o.a. de workflow, de privacy, de personele inzet en de benutting van de ROM gegevens.
  • Het beheer van de gegevens is ondergebracht bij een door de JJI’s aangestelde datamanager. Deze datamanager ook de helpdesk voor de medewerkers in de JJI’s als het gaat om werken met ProMISe.
  • Alle relevante JJI medewerkers zijn getraind in het gebruik van ProMISe en het scoren van de instrumenten.
  • Per gebruikersgroep zijn handleidingen voor het gebruik van ProMISe ontwikkeld.
  • Een voorlichtingsfilmpje voor de jongeren over het gebruik van de data.
  • Een document waarin de AWFZJ adviseert over een duurzame implementatie en het beheer van ROM- JJI.

De ROM methodiek wordt sinds november 2015 in alle JJI’s toegepast.

 

Aanvullend project: toolkit klinische bruikbaarheid

Voor een succesvolle toepassing van ROM moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden. Er moet bijvoorbeeld voor gezorgd worden dat de randvoorwaarden (tijd, geld, materiaal, ondersteuning en expertise) in orde zijn. Daarnaast is het van belang dat de gebruikte instrumenten van goede kwaliteit zijn. Echter, het succes van ROM is in de eerste plaats afhankelijk van in hoeverre de behandelaar en cliënt bereid zijn om de vragenlijsten in te vullen en dit hangt sterk af van of ze de resultaten van de metingen kunnen gebruiken in de behandeling.

In de praktijk blijkt de toepassing van ROM vaak moeizaam te verlopen en veel vragen op te roepen. Hoe bespreek je als behandelaar de ROM resultaten met je cliënt en het systeem? Hoe verhouden de ROM resultaten zich met de andere informatie die je hebt? Hoe rapporteer je over de resultaten? Wat kan een cliënt ermee?

Om behandelaars en cliënten bij deze en andere vragen rond de klinische bruikbaarheid van ROM te ondersteunen, hebben de Academische Werkplaatsen Forensische Zorg voor Jeugd, C4Youth en Inside Out een toolkit samengesteld. Deze toolkit bevat praktische producten die grotendeels in de praktijk zijn ontwikkeld, geïmplementeerd en geëvalueerd. Deze producten beslaan alle onderdelen van het ROM proces, van voorlichting en training van de professional tot de evaluatie van de methodiek. De ROM toolkit is ondergebracht bij het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

 

 

 

juras

Juridisch-ethische aspecten van informatieuitwisseling in de JJI; een handreiking

In Justitiële Jeugdinrichtingen gelden verschillende wetten en regels met betrekking tot privacy en het uitwisselen van informatie over jeugdigen, zowel met betrekking tot het uitwisselen van gegevens in het kader van behandeling en rapportage, als in het kader van (wetenschappelijk) onderzoek. De wet- en regelgeving is niet altijd even duidelijk, waardoor ruimte voor discussie ontstaat. Bij professionals leven veel vragen over wat wel en niet mag, aan welke voorwaarden moet zijn voldaan en welke juridische en ethische vragen beantwoord moeten zijn om op een goede manier informatie uit te kunnen wisselen.

In het project is een handreiking ontwikkeld, die is bedoeld voor professionals in de JJI die te maken krijgen met informatie-uitwisseling. Het doel van deze handreiking is de medewerkers te laten nadenken over de verschillende facetten die een rol spelen bij gegevensdeling en hen te ondersteunen bij de toepassing van de wettelijke kaders (welke vragen moeten zijn gesteld en beantwoord). Met deze handreiking zijn professionals in staat een weloverwogen keuze te maken met betrekking tot informatie-uitwisseling over jeugdigen met derden. Hierbij is rekening gehouden met diverse wet- en regelgeving, waaronder het recht op privacy van jeugdigen. Leidende principes in de handreiking zijn zowel proportionaliteit, subsidiariteit als ook goed hulpverlenerschap.

Professionals kunnen de handreiking gebruiken om een concrete casus te beoordelen en om te beslissen of en op welke manier informatie zal worden uitgewisseld. Multidisciplinair overleg speelt hierin een belangrijke rol: in deze overleggen kunnen – met hulp van de handreiking – concrete casussen worden besproken.

De richtlijnen zijn in 2016 voorgelegd aan onder andere het ministerie van Veiligheid en Justitie en is ter beschikking gesteld aan de JJI’s in september 2016.

Toepassing en toekomst

Het project maakt onderdeel uit van een training on-the-job en een ondersteunende ‘wijzer’ (één A4, simpel, beeldend, kort en handzaam) bedoeld voor behandelaars in de jeugdzorg, de jeugd-ggz, JJI’s, en de zorg aan mensen met een lichte verstandelijke beperking. Zowel de training als de wijzer besteedt aandacht aan de juridische en ethische aspecten van het delen van informatie. Omdat in het nieuwe jeugdstelsel professionals van verschillende instellingen veel meer samenwerken, speelt het vraagstuk van informatie-uitwisseling in hoge mate. De training en de wijzer worden samen met de academische werkplaats kindermishandeling ontwikkeld. Ook de AW Twente en AW Samen voor de Jeugd werken hieraan mee. In dit project is een handreiking ontwikkeld voor gedragswetenschappers werkzaam in JJI’s. De handreiking ondersteunt behandelaars bij het beantwoorden van vragen over het al dan niet delen van informatie over jongeren. Begrippen die hierbij bijvoorbeeld aan de orde komen zijn: proportionaliteit, subsidiariteit en doelbinding. De handreiking maakt de gedragswetenschapper zich bewust van de vragen die je jezelf moet stellen als informatie delen aan de orde komt.

 

Aanvullend project: WIJZER delen van informatie

Naast de Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd, hebben ook andere Academische Werkplaatsen zich gebogen over het onderwerp ‘delen van informatie’. Samen met de Academische Werkplaats Kindermishandeling ontwikkelt de AWRJ een WIJZER, een handzaam overzichtelijk document dat de belangrijkste ethische vragen en juridische begrippen samenvat. Gecombineerd met een bijbehorende training biedt de WIJZER een hulpmiddel om de verschillende (uitgebreidere) producten die de werkplaatsen hebben ontwikkeld te gebruiken.

hbo2

Onderwijs en opleiding

Eén van de doelstellingen van de AWRJ is een koppeling te maken tussen onderzoek, onderwijs en opleiding. Wij zoeken voortdurend naar mogelijkheden onderzoeksresultaten te integreren in opleidingen van toekomstige professionals in het werkveld (HBO/WO). In dit kader verzorgen onze onderzoekers en de leden van de diverse projectgroepen met enige regelmaat colleges op universiteiten en hogescholen. Daarnaast begeleiden wij structureel en doorlopend HBO en WO studenten bij de uitvoering van onderzoek en het schrijven van scripties.

Verder ontwikkelen we tijdens de uitvoering van onze projecten trainingen en opleidingen om de deskundigheid van de professionals uit het werkveld te bevorderen. Voor meer informatie over deze trainingen en opleidingen zie de beschrijving van onze projecten.