awrj

Betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde misdaad verminderen

De AWRJ heeft samen met meerdere samenwerkingspartners, en met het NSCR als trekker, een NWA-subsidie binnengehaald voor het project EPIC: Explaining, Preventing, and Intervening in organized Crime involvement. Doel van het onderzoek is het effectief verminderen van de betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit. Voor dit onderzoek werkt de AWRJ samen met het NSCR en met een groot aantal universiteiten en maatschappelijke partners.

De betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit is een groeiend maatschappelijk probleem. Het staat een gezonde ontwikkeling in de weg, verergert hun criminele gedrag en bemoeilijkt de terugkeer naar een leven zonder criminaliteit.

Inzicht in onderliggende mechanismen voor betrokkenheid georganiseerde criminaliteit

In het EPIC-project beoordelen de wetenschappers eerst de wetenschappelijke en latent aanwezige kennis over factoren die van invloed zijn op de betrokkenheid bij, instandhouding van en het weer ophouden met georganiseerde misdaad. Daarbij kijken ze ook naar de effectiviteit van de huidige interventies. In een volgende fase beschrijven ze de betrokkenheid van jongeren door landelijke gegevens over de blootstelling van jongeren aan en betrokkenheid bij georganiseerde misdaad te combineren, de rol van sociale netwerken in deze betrokkenheid toe te lichten, en zowel professionals als jongeren die vroeger of nu bij de georganiseerde misdaad betrokken zijn te interviewen. Zo ontstaat een zo volledig mogelijk inzicht in de onderliggende mechanismen waardoor jongeren betrokken raken of blijven bij de georganiseerde misdaad. Vervolgens onderzoeken de wetenschappers samen met relevante stakeholders de kansen en barrières voor professionals om jongeren die risico lopen of betrokken zijn bij georganiseerde misdaad te bereiken.

Kansrijke preventie- en interventiestrategieën implementeren

De georganiseerde misdaad is bij uitstek afhankelijk van sociale kansstructuren: sociale relaties die toegang bieden tot ongeoorloofde kansen. De interventies die nodig zijn om betrokkenheid tegen te gaan, moeten zich dan ook niet alleen richten op de individuele jongeren, maar ook op hun verschillende sociale netwerken die hun leefwereld vormen, waaronder familie, vrienden en de buurt waarin ze opgroeien. De wetenschappers binnen het EPIC-project brengen hotspots en mechanismen van betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit in kaart. Deze kennis kan vervolgens worden gebruikt om kansrijke preventie- en interventiestrategieën te ontwerpen, direct te implementeren en vervolgens te evalueren.

De AWRJ voert dit onderzoek uit in samenwerking met NSCR, VU University Amsterdam, Leiden University, Erasmus University Rotterdam, Utrecht University, University of Amsterdam, LUMC, AmsterdamUMC, Groningen University, Twente University, Amsterdam University of Applied Sciences, CBS, Bureau Beke, Stichting HALT, Young in Prison, CCV, Arkin, GGD, Garage2020, Ihub, Politie Amsterdam en de gemeentes Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.

Rapport veilig voelen, veilig zijn

Veilig voelen, veilig zijn: veiligheidsbeleving van jongeren in de jeugdhulp

Samen met AEF (Andersson Elffers Felix) heeft de Academische Werkplaats Risicojeugd in opdracht van de ministeries van VWS en J&V onderzoek gedaan naar de veiligheidsbeleving van kinderen en jongeren die verblijven in de jeugdhulp. Het onderzoek werd uitgevoerd naar aanleiding van het rapport van Commissie De Winter (2019) waaruit bleek dat tussen 1945 en 2019 bijna driekwart van de kinderen in de jeugdhulp slachtoffer is geworden van lichamelijk, psychisch of seksueel geweld.

Uit het onderzoek, waaraan 121 kinderen en jongeren hebben meegedaan, blijkt dat de meesten (81%) aangeven zich veilig te voelen tijdens hun verblijf in de jeugdhulp. Maar er is een verschil tussen je veilig voelen en veilig zijn. Hoewel jongeren zeggen dat ze zich veilig voelen, komt geweld regelmatig voor; 25-46% van de kinderen en jongeren heeft geweld meegemaakt, en 33-60% heeft geweld gezien. Jongeren die al weg zijn uit de jeugdhulp geven hierover aan dat ze vaak pas naderhand inzien dat bepaald gedrag niet normaal was, terwijl ze dat tijdens hun verblijf wel als normaal beschouwden.

Om je veilig te voelen, is het volgens jongeren belangrijk:

    • Zelf regie hebben: omdat jongeren vaak weinig controle hebben over de situatie, helpt het hen als ze over sommige dingen wel zelf mogen bepalen, zeker wat er op hun eigen kamer gebeurt.
    • Voorspelbare mensen: zodat jongeren situaties beter kunnen inschatten, hoe anderen zich zullen gedragen of ergens op zullen reageren.
    • Duidelijke en eerlijke afspraken en regels op de groep, die ook worden nageleefd.
    • Een klik met de begeleider, al vinden sommige jongeren dat belangrijker dan anderen, en dat de begeleider kan ingrijpen als er iets gebeurt.
    • Bekende en huiselijke omgeving, met een prettige sfeer en respect voor privacy.
Op basis van het onderzoek is een vragenlijst ontwikkeld om veiligheid te monitoren, om zo steeds te kunnen werken aan veiligere jeugdhulp met verblijf.
logo-stroomop

StroomOP Monitor: meer zicht op verbeteringen in de jeugdhulp

Om de hulp aan jongeren te verbeteren is in 2019 het actieplan Beste passende zorg voor kwetsbare jongeren ontwikkeld door veldpartijen (beroepsverenigingen, brancheverenigingen, Ministerie van VWS en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)). Hierin staat beschreven hoe de hulp, en ook het onderwijs, voor kwetsbare kinderen en gezinnen verbeterd moet worden. De StroomOP beweging, een netwerk van zorg- en onderwijsprofessionals, is opgezet om het actieplan in de praktijk te brengen. Om de ontwikkelingen op het actieplan  inzichtelijk te maken is de StroomOP monitor door de Academische Werkplaats Risicojeugd en het Trimbos-instituut ontwikkeld. 

Met behulp van de StroomOP Monitor worden de ontwikkelingen op de speerpunten van het actieplan gemonitord. Het gaat bijvoorbeeld om het verminderen van gedwongen afzonderen, het terugdringen van suïcides, best passend onderwijs, individueel maatwerk bieden en werken vanuit een gezinsgerichte aanpak.

Panel van Jongeren, ouders en professionals
Een belangrijk onderdeel van de monitor is het StroomOP panel van jongeren én ouders met ervaringen in de jeugdhulp, en professionals die jeugdhulp bieden. Via een speciale app kunnen de  panelleden hun mening en behoeften over de zorg delen en wordt onder andere hun beleving van de verbeteringen meegenomen. De app, die in januari 2022 wordt gelanceerd, vormt samen met de data van CBS, het Toeleidingssysteem van de Jeugdzorg en gegevens van zorgaanbieders, belangrijke input voor de StroomOP monitor. Via het StroomOP dashboard wordt alle verzamelde kennis, informatie en ervaringen overzichtelijk aangeboden. De informatie en kennis uit de StroomOP monitor stimuleert hiermee een breed lerend en toepassend netwerk. In deze  animatie wordt kort uitgelegd hoe de StroomOP monitor werkt.

Doe mee aan het StroomOP panel

Heb je persoonlijk of als professional  te maken met jeugdhulp en wil je ook  deelnemen aan het StroomOP panel, kijk dan op https://www.brancheszorgvoorjeugd.nl/berichten/actueel/stroomop/panel-app/  en meld je aan. Voor meer informatie over de StroomOP beweging ga naar https://www.brancheszorgvoorjeugd.nl/stroomop/

Meer weten over de StroomOP monitor? Neem dan contact op met Aafje Knispel aknispel@trimbos.nl of Karin Nijhof KNijhof@pluryn.nl

Eindrapport etappe 3

Eindrapport ‘Ik laat je niet alleen’ verschenen

In het Eindrapport etappe 3 Ik laat je niet alleen worden resultaten beschreven van 2,5 jaar werken aan verminderen van gedwongen afzonderen in JeugdzorgPlus. De cijfers laten een significante daling zien van gedwongen afzonderen tijdens het project. Maar het einddoel, nul gedwongen afzonderingen, is nog niet in zicht. De belangrijkste aanbevelingen uit het rapport om gedwongen afzonderen verder te verminderen, zijn: 

 

  1. Streef en blijf streven naar nul gedwongen afzonderingen: gedwongen afzonderen heeft nadelige effecten voor jongeren en medewerkers. Het is daarom belangrijk om de ambitie te hebben en houden om niet af te zonderen. Elke keer dat gedwongen afzonderen toch plaatsvindt is een kans om te leren en een volgende keer te voorkomen.
  2. Investeer in professionals en draag zorg voor professionele ontwikkeling: stoppen met gedwongen afzonderen vraagt om een cultuurverandering in organisaties. Door professionals te ondersteunen met coaching, intervisie en supervisie, kunnen zij elke dag beter werken aan bejegening van jongeren en alternatieven vinden die helpen om gedwongen afzonderen te voorkomen. Alternatieven moeten aansluiten bij de jongeren en kunnen uiteen lopen van simpelweg buiten samen een rondje lopen tot de-escalerend werken of een methodiek zoals geweldloos verzet.
  3. Luister goed naar jongeren en benut ervaringsdeskundigheid: door samen te werken met jongeren aan hun eigen behandelplan, samen behandeldoelen te stellen, samen te werken aan perspectief en samen te evalueren als er toch een gedwongen afzondering is geweest, werk je samen aan verminderen van gedwongen afzonderen. Werk ook samen met jongeren/ervaringsdeskundigen aan veranderingen in beleid, bijvoorbeeld als het gaat om stoppen met verplichte rustmomenten. Vaak hebben jongeren zelf de beste ideeën.
  4. Leer van en met elkaar: de instellingen leren samen in het lerend netwerk. Dit is een effectief middel gebleken om kennis en ervaringen uit te wisselen en de beweging naar nul gedwongen afzonderingen te stimuleren. Bij leren hoort ook registreren: een daling van gedwongen afzonderingen wordt pas zichtbaar als je meet wat je doet. En meten geeft aanknopingspunten voor verbeteren.
  5. Verbeter de randvoorwaarden, vergroot het netwerk: om te stoppen met gedwongen afzonderen zijn kleinere groepen nodig, betere gebouwen en is het belangrijk om een goed opgeleid, vast team van medewerkers op de leefgroep te hebben. Dit vraagt niet alleen inzet van de JeugdzorgPlus-instellingen zelf, maar van de hele omgeving, van verwijzers tot lokale bestuurders.

Eindrapport etappe 3 Ik laat je niet alleen

 

Eindrapport etappe 3

vacature

Vacature junior en senior onderzoeker

Het Consortium ‘kleinschaligheid in de jeugdhulp’ is een samenwerkingsverband van jeugdhulpinstellingen, onderzoek, onderwijs en ervaringsdeskundigen. We gaan starten met de uitvoer van een vijf-jaren plan voor het ontwikkelen van kleinschaligheid om JeugdzorgPlus te voorkomen of verkorten. Voor het eerste project van zes maanden zoeken we een stevige junior onderzoeker, een goede senior onderzoeker, of een duo junior/senior onderzoeker.
kaart

Eindrapport ‘Kleine groepen bij grote problemen: kleinschalige voorzieningen als alternatief voor gesloten jeugdhulp’

In 2019-2020 is – onder de vlag van de Academische Werkplaats Risicojeugd (AWRJ) en het Consortium Kleinschaligheid in de jeugdhulp – een onderzoek uitgevoerd naar kleinschalige voorzieningen ter voorkoming of verkorting van JeugdzorgPlus. Dit project had een aantal doelen: Het vinden van een gedeelde definitie voor kleinschaligheid, om te bepalen wat onder een kleinschalige voorziening wordt verstaan. Het inventariseren van de kleinschalige voorzieningen die al bestaan en het in kaart brengen van de kenmerken van de doelgroep in deze reeds bestaande voorzieningen. En het onderzoeken van de werkzame factoren van kleinschalige voorzieningen door middel van interviews met jongeren, ouders en medewerkers.

De resultaten van het project zijn beschreven in het eindrapport ‘Kleine groepen bij grote problemen: kleinschalige voorzieningen als alternatief voor gesloten jeugdhulp’. Op basis van de resultaten worden aanbevelingen gedaan voor de toekomst van kleinschaligheid in de jeugdhulp.

risico

Eindrapport Monitor Kleinschalige Voorziening Amsterdam

Het eindrapport 2020 ‘Monitor Kleinschalige Voorziening Amsterdam’ is op dinsdag 30 juni 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het eindrapport en de factsheets Kleinschalige Voorziening Amsterdam en Proeftuinen Kleinschalige Voorziening kunt u via onderstaande link downloaden:

Ik laat je niet alleen AFB

Jeugdzorg legt fundament voor verminderen gedwongen afzonderen

Het project ‘Ik laat je niet alleen’ heeft een tussenrapportage opgeleverd met daarin resultaten van metingen die bij JeugdzorgPlus-instellingen het afgelopen half jaar hebben plaatsgevonden. Naast resultaten van de metingen, doet het rapport aanbevelingen voor het vervolg. Belangrijke aanbeveling is om de brede definitie van gedwongen afzonderen te blijven omarmen en om verder te werken aan alternatieven via onder meer een lerend netwerk.

Het rapport levert – op basis van een brede definitie van gedwongen afzonderen, het uniform meten hiervan en het gezamenlijk (ambassadeurs van JeugdzorgPlus, onderzoekers, ervaringsdeskundigen) bespreken van de uitkomsten – een gedeeld beeld op hoe gedwongen afzonderen in de praktijk eruit ziet en waarom gedwongen afzonderingen plaatsvinden. Door dit gedeelde beeld zijn nieuwe inzichten en initiatieven ontwikkeld om gedwongen afzonderen te verminderen. Er is in verschillende intensiteit een beweging in gang gezet in alle instellingen en er zijn handvatten aangereikt en uitgewisseld, ook in gesprekken met jongeren en ervaringsdeskundigen.

Lees hier verder over de tussenrapportage van het project ‘Ik laat je niet alleen’.

Gezin

Evaluatie van de Jeugdspecialist in de Buurt (Amsterdam-Noord) op 1 september 2020 van start

Onder het motto ‘geen kind de buurt uit’ gaan zes aanbieders van specialistische jeugdhulp, in nauwe samenwerking met de wijkteams in Amsterdam, de jeugdbescherming en huisartsen, een nieuwe werkwijze in Amsterdam-Noord invoeren. Eind april heeft ZonMw een positief besluit genomen over de subsidieaanvraag hiervoor.  Kinderen die problemen hebben bij het opgroeien en/of ouders die problemen hebben bij het opvoeden moeten in hun eigen omgeving hulp krijgen en niet meer ‘verwezen’ worden naar specialistische hulp. De hulp wordt naar het kind en de ouders toegebracht in plaats van dat zij naar de jeugdhulp moeten. Daarnaast wordt goed gekeken naar wat het kind, de jongere en/of ouders nodig hebben, naar wat er al in de wijk aan hulp is en wat er in aanvulling daarop nog nodig is.

In het evaluatieonderzoek volgen we de resultaten voor jeugdigen en ouders aan de hand van cijfers die het team zelf en de gemeente Amsterdam over de problemen in de buurt (in gebiedsfoto’s) verzamelen. Ervaringen en resultaten worden in het team en met samenwerkingspartners in de buurt besproken, zodat zij samen leren wat er goed en minder goed werkt. De samenwerking in de buurt wordt in gesprekken met vele partners geëvalueerd. Tot slot worden de ervaringen in Amsterdam uitgewisseld met die van soortgelijke projecten in andere delen van het land, onder leiding van het Nederlands Jeugdinstituut die hiertoe de opdracht heeft gekregen van ZonMw. Projectleiding van het onderzoek is in handen van Spirit/de Bascule en wordt in samenwerking met veel partners uitgevoerd, waaronder de Academische Werkplaats Risicojeugd en het NEJA.

Jeugd

Aanvraag project De specialist dichterbij? gehonoreerd

ZonMw heeft de subsidieaanvraag De specialist dichterbij? Wat werkt voor professionals in een wijkgerichte integrale specialistische aanpak voor gezinnen met ernstige en langdurige problemen op meerdere levensgebieden gehonoreerd. In het project worden vier lokale integrale specialistische teams in Katwijk, Den Haag, Alphen aan den Rijn en Gouda gevolgd om wat wel en niet goed werkt in een integrale aanpak in de verschillende regio’s te onderzoeken. Door uitwisseling tussen de regio’s in leersessies, wordt er in dit project met en van elkaar geleerd. Het project wordt uitgevoerd vanuit Curium-LUMC in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten, de AW Risicojeugd, de AW SAMEN, hogescholen en ouders en jongeren.

Het project De specialist dichterbij? is onderdeel van het programma Wat werkt voor de jeugd, programmalijn Professionals en hun organisatie. De andere twee programmalijnen zijn Kind en leefwereld en Gemeenten. Binnen het programma wordt in 12 projecten kennis ontwikkeld over wat werkt in de zorg voor jeugd en dat wat werkt toepasbaar gemaakt voor alle betrokkenen. Dat wil zeggen professionals, ouders, jongeren en gemeenten. De kennis die wordt opgedaan in de projecten wordt landelijk uitgewisseld onder coördinatie van het NJi.